De Groningse woningcorporaties willen duidelijkheid van de overheid welke woningen veilig of onveilig zijn. De corporaties pleiten daarom voor een betrouwbare en uitlegbare methode, zodat bewoners duidelijkheid krijgen of hun woning veilig of onveilig is. De inspecties van woningen moeten doorgaan, de norm waarop dat gebeurt moet voor langere tijd worden vastgesteld en er moeten heldere financiële kaders komen om woningen veilig te maken.

Veiligheid voorop

Eind juni beloofde de minister in september duidelijkheid per adres te geven. De corporaties zetten vraagtekens bij de manier waarop dit gebeurt. Gerke Brouwer, directeur-bestuurder van Woongroep Marenland en vertegenwoordiger van de Groningse woningcorporaties: ‘Voor het vaststellen van de veiligheid van woningen wordt momenteel een model van de NAM gebruikt. Wij vinden het onbegrijpelijk dat de overheid dit model hanteert. De NAM heeft een eigen belang. Bovendien is het model van de NAM een theoretisch model dat in de praktijk kan afwijken van de werkelijkheid. Wij zijn van mening dat dit geen duidelijkheid biedt voor onze huurders. Een daadwerkelijke inspectie geeft die duidelijkheid wel. Daarom willen wij dat de inspecties doorgaan en dat de norm waarop een woning wordt geïnspecteerd voor meerdere jaren vaststaat en door de overheid wordt bepaald. Dat maakt de methode betrouwbaar. Pas dan is de overheid geloofwaardig, is de veiligheid of onveiligheid uitlegbaar aan onze bewoners en staat de veiligheid voorop.’

Inspectierapport basis voor versterking

Volgens de woningcorporaties is een inspectierapport dan ook het uitgangspunt voor de versterking van een woning. De corporaties willen ook het belang benadrukken dat de richtlijn waarop een inspectie plaatsvindt voor een langere periode moet vaststaan. Brouwer: ‘Nu zie je dat een woning op basis van een bepaalde norm wordt geïnspecteerd. Zodra de norm verandert, is er discussie over de benodigde versterkingsmaatregelen. Dit kost alleen maar tijd, geeft onduidelijkheid bij onze bewoners en al die tijd wordt niet gestart met het veilig maken van woningen. Daarom is het belangrijk dat ook de norm voor een langere periode wordt vastgesteld.’

Duidelijkheid over financiële vergoeding versterkingsmaatregelen

Ook zijn de woningcorporaties van mening dat de kosten die nodig zijn om de versterkingsadviezen uit te voeren, vergoed moeten worden en dat daar heldere financiële kaders voor moeten komen. Op dit moment ontbreken die kaders nog. Zodra die helderheid er is, kan gestart worden met het uitvoeren van de versterkingsadviezen.

Woningcorporaties maken zich har(t)d voor veiligheid

De Groningse woningcorporaties die actief zijn in en rondom het aardbevingsgebied werken samen en maken zich har(t)d voor de veiligheid van haar bewoners. Dit zijn Woningstichting Wierden en Borgen, Woongroep Marenland, Woonstichting Groninger Huis, Woningstichting De Delthe, Stichting Uithuizer Woningbouw, Acantus, Lefier, Woonzorg Nederland, De Huismeesters, Nijestee, Patrimonium, Woonborg en Wold & Waard.