Waterstof kan een alternatief zijn voor aardgas in wijken waar elektrische warmtepompen of een warmtenet niet toepasbaar zijn. Nederlandse netbeheerders kunnen hun gasnetten relatief eenvoudig geschikt maken voor de distributie van waterstof. Dit blijkt uit onderzoek van Certificeringsinstituut Kiwa.

Waterstof

Waterstof is geen energiebron maar een energiedrager. Je moet het eerst maken, wat energie kost, waarna deze energie elders bruikbaar is. Als water (H2O) gesplitst wordt in zuurstofgas (O2) en in waterstofgas (H2) ontstaat waterstof. Voor deze splitsing is energie nodig. Waterstof kan dus duurzaam zijn maar dat hangt volledig af van de energiebron waarmee het wordt geproduceerd.

Huidig netwerk geschikt

In opdracht van Netbeheer Nederland heeft Kiwa onderzocht of het bestaande netwerk geschikt is voor het transport van waterstof. Het antwoord is ja, het bestaande gasnetwerk kan met de juiste maatregelen prima ingezet kan worden om duurzame gassen zoals (100%) waterstof te distribueren. Bijkomend voordeel is dat het huidige gasnet niet rigoureus veranderd hoeft te worden. Ad van Wijk is hoogleraar toekomstige energiesystemen: “Dit betekent eigenlijk dat de miljarden aan infrastructuur die we onder de grond hebben niet vervangen hoeft te worden. De meeste materialen van het gasnet zijn geschikt om waterstof te transporteren. Dus wat de kosten betreft is dat een meevaller.”

Een goed alternatief

Vooral in wijken die niet geschikt zijn voor gasloze oplossingen als elektrische warmtepompen kan waterstof een oplossing zijn. Ad van Wijk: “Dat zijn bijvoorbeeld regio’s met oudere boerderijen of historische binnensteden.” Hij vervolgt: “Het is heel duur om dat soort huizen met een warmtepomp te verwarmen, een warmtenet is er niet en het isoleren van historische gebouwen kan veel gedoe zijn. In die gevallen kan overgaan op waterstof aantrekkelijk zijn, vooral als de infrastructuur er toch al is.”

Aanpassingen

Het huidige netwerk is dan wel geschikt maar wel onder voorwaarde van een aantal noodzakelijke aanpassingen. Jenny Huttinga, woordvoerder van Netbeheer Nederland. “Dan moet je bijvoorbeeld denken aan een nieuwe gasmeter en een andere cv-ketel. Maar het gaat ook om veiligheid. Waterstof ruikt niet, dus daar zou een geurtje aan toegevoegd moeten worden.”

Grijs, blauw, groen

De industrie in Nederlands produceert op dit moment ongeveer 800 duizend ton waterstof per jaar. Dit is voornamelijk voor raffinaderijen en de kunstmestindustrie. Ad van Wijk: “De industrie maakt dit nu nog door aardgas te splitsen, waarbij CO2 vrijkomt. Deze waterstof wordt ‘grijs’ genoemd.” Indien je deze CO2 afvangt en in de grond stopt is er sprake van blauwe waterstof, er blijft schone waterstof over. Het uiteindelijke doel is groene waterstof. Dit productieproces is compleet anders: door water met duurzaam opgewekte elektriciteit uit elkaar te trekken tot zuurstof en waterstof (elektrolyse). Via dit proces er komt geen CO2-molecuul aan te pas.

Haalbaarheid

Met het gebruik van waterstof en de productie/distributie is nog geen grootschalige ervaring opgedaan. “Om deze techniek verder te kunnen ontwikkelen is samenwerking met andere partijen ontzettend belangrijk”, zegt Huttinga. “Net als bij het Klimaatakkoord moeten hier meerdere partijen bij betrokken worden.”  De netbeheerders staan ervoor open de mogelijkheden van waterstof samen met andere partijen, verder te onderzoeken. Zij pleiten ervoor om tot 2030 in te zetten op de ontwikkeling en het gebruik van waterstof in de industrie en op een aantal pilots in de gebouwde omgeving.

Pilot netwerkbedrijven

De netwerkbedrijven Alliander, Enexis Groep en Stedin zijn een initiatief gestart om een proefopstelling van een waterstofnet te gaan bouwen bij The Green Village van de TU Delft. In Hoogeveen werkt netbeheerder Rendo mee aan de aanleg van een waterstofnet voor 80 woningen. Waterstof lijkt minimale gevolgen te hebben voor de bestaande aardgasinfrastructuur en gebouwinstallaties en kan daarom een relatief goedkope verduurzamingsoptie zijn, stelt de TU Delft.